Gemeenteraad en dialoog

Wel eens meegemaakt? Een bevlogen raadslid houdt een gloedvol betoog over een kwestie die haar duidelijk raakt. Als ze klaar is reageert iemand van de oppositiepartij: “Tjonge.. interessant gezichtspunt. Vertel er eens iets meer over.”

Aan de directietafel, thuis op de bank of in de kroeg lijkt zo’n reactie heel normaal.
In de politiek niet. Veel gekozen politici kunnen nauwelijks wachten om hun ‘eigen’ verhaal te houden en zijn vaak amper geïnteresseerd in de mening – en meningsvorming – van de ander. Hooguit om die op effectieve wijze te kunnen bestrijden…

debatDe gedachte dat de gemeenteraad (of het Parlement) zelf in dialoog gaat is nog altijd vrij utopisch. Een aantal raadzalen in het land is zelfs ingericht als arena en voorbestemd voor het debat: het bestrijden van elkaar ideeën. Logisch vanuit de gedachte dat besluitvorming tot stand komt op basis van het verkrijgen van een meerderheid voor de je standpunt, dat je immers zo goed mogelijk voor de bühne moet brengen. En, over meerderheid gesproken, in het gros van de gevallen staat die al vast op het moment dat de ’gladiatoren’ de arena binnenlopen: in de fracties zijn de stellingen al betrokken en zowel de raad als de tribune kan koppen tellen.

Zelf heb ik het onlangs nog eens van dichtbij mogen meemaken. Als lid van een gemengde werkgroep (raadsleden en niet-raadsleden) presenteerden we een voorstel in een opinievormende vergadering van de raad. De diverse fractievertegenwoordigers hadden het voorstel al in eigen kring besproken en gaven om beurten hun mening. En nadat de rook van de beschietingen was opgetrokken bleek dat er van een gesprek geen sprake was geweest; wel was het voorstel om de meest uiteenlopende redenen per saldo kundig afgeschoten.

Dialoog in de raad? Het blijkt nog altijd een contradictio in terminis.
De gedachte dat je als collectief al luisterend naar elkaar samen tot goede besluitvorming komt zal menig raadslid vreemd zijn en is voor zover ik weet in geen enkel huishoudelijk reglement tot uitdrukking gebracht. Integendeel: het bestaansrecht van de gemeenteraad lijkt juist gebaseerd op het principe dat er meningsverschillen zijn. En het zijn vooral die verschillen die te berde gebracht en zelfs uitvergroot worden.

Terug naar het raadslid uit de eerste alinea. Hoe kan zij worden gestimuleerd om haar ideeën – bijvoorbeeld over de ruimtelijke ontwikkeling van haar gemeente – uit te werken? En – belangrijker nog – hoe zorgen haar collega-raadsleden er voor dat hun ideeën daar niet tegenover gesteld, maar naast gelegd of zelfs bovenop gestapeld worden?

olifant parabelIk denk dat we voor het beantwoorden van deze vragen iets van het gedachtegoed van de dialoog kunnen leren. Belangrijk hierin is vooral het ‘uitstel van het oordeel’. In de dialoog draagt vooral het luisteren naar elkaars verhalen bij aan de goede beeldvorming. En dan is het opeens helemaal niet erg dat iedereen maar een stukje van de werkelijkheid ziet (de olifant!), integendeel. Samen maak je immers het beeld compleet?

Het zou goed zijn om de dialoog een grotere kans te geven binnen het politieke werk. Daarvoor doe ik graag een paar suggesties.

  1. De eerste kans ligt binnen de politieke fracties. Ik ga er vanuit dat daar een goed gesprek wordt gevoerd waarin de aanwezigen voldoende worden gehoord en waar naar elkaar geluisterd wordt. (Hoewel: het hoge aantal bespreekpunten en de soms strikte portefeuilleverdeling staat dit nogal eens in de weg.)
    De uitkomst van een fractieberaad is doorgaans de input voor de vergaderingen van de raad. Maar een fractie is geen koekoek éénzang. Dus waarom niet de nuance in of diversiteit van de meningen en ideeën ingebracht? Het zou het gesprek in de raad alleen maar ten goede komen.
  2. Veel gemeenten hebben inmiddels de aloude commissievergadering afgeschaft. daarvoor in de plaats zijn vele vergadervarianten (met soms exotische namen) gekomen. De ambitie daarbij was veelal dat de raadsleden met elkaar het gesprek zouden aangaan in plaats van het College te bestoken met vragen. Van die goede bedoelingen is nog maar weinig terechtgekomen.
    Naar mijn idee is een belangrijke oorzaak hiervan de fractiegewijze inbreng hiervan. In combinatie met een doorgaans dichtgetimmerde vergaderorde én een zaalopstelling die vooral uitnodigt tot zenden in plaats van delen kan een dialoog zo natuurlijk niet van de grond komen.
    Dus waarom niet wat meer experimenteren met andere werkvormen, waarin bijvoorbeeld de ‘herkomst’ van de opvattingen wat minder prominent een rol speelt? Die meer uitdagen tot het exploreren van ideeën in plaats van het tegenover elkaar zetten van standpunten?
  3. De Raad is ‘de baas’ van de gemeente. Rekening houdend met verschillen in idealen en opvattingen mag van zo’n gezelschap worden verwacht dat het er op uit is om gezamenlijkverantwoordelijkheid te nemen voor besluiten die de gemeenschap raken.
    Het grootste verschil tussen debat en dialoog is dat bij de eerste de verschillen worden uitvergroot en er een winnaar (dus ook verliezer) uit de strijd komt, terwijl in het tweede geval vooral het gezamenlijke gelijk wordt gezocht.
    In een democratie neemt het debat een belangrijke plek in. Terecht: er moet uiteindelijk ook iets te kiezen zijn. Maar die andere kant van de medaille zou best eens wat vaker de nadruk mogen krijgen: de gemeenteraad is ook een groep vrijgestelde mensen die zich de opdracht stellen samen het goede te zoeken voor de gemeente.
    Dus waarom niet wat vaker als collectief de ontmoeting met de inwoners zoeken en écht luisteren naar wat er in de wijken en buurten leeft? En vervolgens wat vaker laten zien dat je als gezamenlijk gemeentebestuur daarop je koers uitzet?

Boeiend, om over dit soort zaken met elkaar de dialoog aan te gaan. Ik houd me aanbevolen!

ben nitrauw